In aanloop naar de lokale verkiezingen ging in Almere een groep jonge PVV-aanhangers bij een paar winkels van politieke rivalen langs, met de mededeling dat ze beter de posters van hun eigen partij voor het raam weg konden halen. Anders zouden de heren, die zich als ‘de voorlopers van de stadscommando’s van Wilders’ presenteerden, de boel wel even kort en klein slaan.
De lokale PVV-lijsttrekker Raymond De Roon (tevens lid van de PVV-fractie in de Tweede Kamer) had uiteraard een andere voorstelling van zaken: ‘De PVV is tegen geweld en bedreiging met geweld. Dergelijke acties behoren niet tot ons campagne-arsenaal. Wij distantiëren ons daarvan. De uitwerking van dergelijke criminele activiteiten werkt alleen maar tegen ons. Ik denk eerder dat dit is gedaan door PVV-haters die ons zwart willen maken, zoals de AFA.’
Nu is het natuurlijk zeer waarschijnlijk dat deze intimiderende acties van PVV-aanhangers niet op initiatief van de partij zelf tot stand kwamen. De PVV -uiteindelijke winnaar van de verkiezingen in Almere- heeft deze steun uit onverwachte hoek vast niet nodig gehad voor het behalen van haar zorgwekkende overwinning. Maar de intimidaties geven wel een goed beeld van de sfeer die de extreemrechtse partij de afgelopen jaren wel degelijk doelbewust gecreëerd heeft. Een paar voorbeelden van hoe PVV’ers impliciet en expliciet hebben aangezet tot het gebruik van fysiek geweld, met name tegen moslims, migranten en andersdenkenden.
Tijdens de laatste Algemene Politieke Beschouwingen riep Wilders politiek en burgers op de straat te zuiveren van (in zijn ogen) ‘vervuiling van de publieke ruimte’, door mannen met ‘haatbaarden’ en ‘jurken’ en vrouwen met hoofddoekjes, wel te verstaan: ‘Laten we onze straten gaan terugveroveren, en zorgen dat Nederland er weer gaat uitzien als Nederland. (…) tijd voor de grote schoonmaak van onze straten.’ Een retorische stijl die de gemiddelde fascistische partij uit de jaren ’30 niet zou misstaan.
Elders stelde Wilders het gevecht om het voortbestaan van de Nederlandse cultuur voor als een soort ‘survival of the fittest’, waarbij geïmpliceerd wordt dat degene die wil overleven, ook bereid moet zijn om te doden: ‘Je kan intolerantie alleen met intolerantie beantwoorden, het is niet anders, vrienden. Dat is misschien niet prettig, niet politiek correct. Maar als je niet wilt dat je zelf wordt opgegeten, zal je toch de ander moeten opeten.’
Hoewel Wilders zich natuurlijk altijd zal distantiëren van iedere vorm van (politiek) geweld, steekt hij zijn enthousiasme voor racistisch geweld niet per definitie onder stoelen of banken: ‘Mocht het ooit tot rassenrellen komen, wat ik dus echt niet wil, dan hoeft daarvan niet bij voorbaat een negatieve werking uit te gaan.’ ("ik lust ze rauw", HP de Tijd). Met andere woorden: geweld is verwerpelijk, maar eerlijk is eerlijk: het zou de PVV wel heel goed uitkomen.
In het bepleiten van gewelddadig optreden door overheden is Wilders overigens nog minder terughoudend. Zo baarde hij opzien door na een uit de hand gelopen voetbalrelletje een andere politieaanpak te bepleiten: voortaan ‘dient de politie relschoppers uit te schakelen middels een schot bij voorkeur in het been. Het onomwonden wettelijk vastleggen dat bij het volgen van deze procedure de politie straffeloos is, zal aarzeling bij agenten om relschoppers hard aan te pakken wegnemen en de relschoppers effectief bestrijden. Het maakt overigens geen verschil of de relschoppers bestaan uit voetbalhooligans (Marokkaans of niet), krakers, antiglobalisten of ander verwerpelijk tuig.’ Waarom rustig nadenken voordat je potentieel dodelijk geweld tegen iemand gebruikt? ‘Niet denken, eerst schieten’, zo suggereert Wilders. Uiteindelijk is het toch maar ‘verwerpelijk tuig’, van die lui die je het liefst ‘van de straten veegt.’
Het is in deze context op zijn zachtst gezegd verbazingwekkend, dat Ayaan Hirsi Ali onlangs vanuit de VS liet weten, dat Wilders vooral gewelddadige neigingen in goede banen leidt, in plaats van ze aanwakkert: ‘Hij is goed voor Nederland, omdat mensen die kwaad zijn over de gesystematiseerde aanpak door de gevestigde partijen van vraagstukken als immigratie en islam, hun woede kunnen kanaliseren door op hem te stemmen in plaats van te rebelleren, of, nog erger, een gewelddadige confrontatie met radicale islamitische groeperingen aan te gaan.’ De man die erkent dat aan rassenrellen voor onze samenleving ook wel een meerwaarde is toe te kennen, die voortdurend angst en haat tussen bevolkingsgroepen aanwakkert, en die fysiek geweld tegen andersdenkenden en mensen met een andere culturele achtergrond propageert, zou volgens medestander Hirsi Ali vooral woede kanaliseren en gewelddadige uitbarstingen voorkomen!
Één ding staat als een paal boven water: in het -vooralsnog betrekkelijk kleine- activistische deel van Wilders’ aanhang is wel een aantal notoire geweldplegers te vinden. Ook de demonstranten die Wilders onlangs in London onthaalden, toen hij daar was om zijn veredelde powerpointpresentatie Fitna te vertonen, lieten geen twijfel bestaan over hun politieke voorkeur en motivaties. In het opbouwen van een fysieke macht op straat is de PVV in Nederland vooralsnog niet echt geslaagd, en mede hierom zijn de gewelddadigheden waar de partij in parlement en pers op aanstuurt tot dusver (afgezien van een paar incidenten) gelukkig uitgebleven. Maar misschien is dat meer geluk dan wijsheid…….